Verslaving wordt in veel maatschappelijke contexten nog steeds primair begrepen als een stoornis van gedrag, wilskracht of zelfcontrole. Deze benadering richt zich vooral op het middel of het verslavende gedrag zelf, en minder op de onderliggende psychologische en neurobiologische processen. In de afgelopen decennia is echter steeds meer aandacht gekomen voor een dieperliggend perspectief: verslaving als reactie op trauma.
De Canadese arts en traumadeskundige dr. Gabor Maté heeft hierin een belangrijke bijdrage geleverd. In zijn boek The Hongerige geesten: De psychologie van verslaving beschrijft hij verslaving niet als het kernprobleem, maar als een poging tot zelfregulatie. Volgens Maté is de centrale vraag bij verslaving niet: waarom blijft iemand dit gedrag vertonen?, maar: welke pijn probeert iemand te verzachten?
Een essentieel onderdeel van dit perspectief is hoe trauma wordt gedefinieerd. Trauma verwijst niet uitsluitend naar ingrijpende of zichtbare gebeurtenissen zoals mishandeling, verwaarlozing of verlies. Trauma ontstaat vooral daar waar een ervaring het draagvermogen van een kind overschrijdt én waar het kind hierin alleen staat. Met andere woorden: trauma is niet per se wat er gebeurt, maar wat er intern gebeurt wanneer er geen veilige ander beschikbaar is om de ervaring te helpen reguleren en integreren.
Wanneer een kind intense emoties zoals angst, verdriet, eenzaamheid of overweldiging moet dragen zonder emotionele co-regulatie, blijft deze ervaring onvoltooid in het zenuwstelsel aanwezig. Het lichaam onthoudt wat de geest nog niet kan begrijpen. Deze opgeslagen spanning kan zich later uiten in chronische onrust, dissociatie, leegte of een voortdurend gevoel van gemis.
Binnen dit kader beschrijft Maté verslaving als een adaptieve reactie. Het middel of gedrag biedt tijdelijk verlichting van een innerlijke staat die als ondraaglijk wordt ervaren. Het dempt spanning, verzacht emotionele pijn of creëert kortstondig een gevoel van verbondenheid of controle. De verslaving is daarmee geen primaire pathologie, maar een poging tot zelfbescherming en overleving.
Belangrijk is dat dit perspectief verslaving niet reduceert tot een individuele tekortkoming. Het plaatst verslavend gedrag in een ontwikkelingscontext waarin het zenuwstelsel zich heeft aangepast aan omstandigheden van emotionele onveiligheid. Veel mensen met een verslaving hebben in hun vroege leven geleerd dat nabijheid voorwaardelijk is, dat emoties niet welkom zijn, of dat zij zich moesten aanpassen om verbonden te blijven. Hierdoor ontstaat een innerlijke splitsing tussen het authentieke zelf en het aangepaste zelf.
Deze splitsing heeft langdurige gevolgen. De niet-gevoelde emoties verdwijnen niet, maar zoeken andere uitwegen. Het lichaam blijft signalen afgeven van onverwerkt verdriet, angst of eenzaamheid. Verslaving fungeert dan als een externe regulator voor een intern systeem dat nooit voldoende heeft geleerd om zichzelf tot rust te brengen.
Dit traumaperspectief betekent niet dat de schadelijke gevolgen van verslaving worden ontkend of goedgepraat. Het benadrukt wel dat duurzame verandering niet kan plaatsvinden zonder aandacht voor de onderliggende pijn en de lichamelijke verankering daarvan. Zolang de focus uitsluitend ligt op symptoombestrijding, blijft de kern onaangeraakt.

Steeds meer onderzoek binnen de neurobiologie en de hechtingstheorie onderstreept dit beeld. Het autonome zenuwstelsel speelt een centrale rol in zowel traumaverwerking als verslaving. Chronische activatie of verdoving van dit systeem vraagt om benaderingen die verder gaan dan cognitief inzicht alleen, en ook ruimte bieden aan lichaamsgerichte en relationele processen.

Voor wie zich verder wil verdiepen in deze visie op verslaving, is The Hungry Ghost van dr. Gabor Maté een fundamenteel en zorgvuldig onderbouwd werk dat zowel klinisch als menselijk perspectief biedt.

Wie naast theoretische verdieping ook ervaringsgerichte ondersteuning zoekt, kan baat hebben bij begeleiding die gericht is op het herstellen van contact met het lichaam en het zenuwstelsel. In mijn online cursus wordt dit perspectief verder uitgewerkt en vertaald naar bewustwording en innerlijke regie. Daarnaast bied ik 1-op-1 ademsessies aan, waarin op een veilige en professionele manier ruimte ontstaat voor regulatie, integratie en herstel.
Niet om gedrag te forceren of te controleren, maar om te werken met wat zich in de kern aandient.